|
|
|
|
| Tannine |
| |
| Is een zuur (looizuur). In rode wijn kan er veel of weinig tannine aanwezig zijn, ze kan fijn of grof, rijp of onrijp zijn. Men vindt ze in de schil, pitten en steeltjes van de druiven alsook in eikenhouten vaten zelf. |
| |
|
| Tertiaire aroma's |
| |
| Zijn de aroma's van de veroudering zoals dierlijk, aards, gedroogd fruit, tabak, leder... |
| |
|
| Textuur |
| |
| Beschrijft het geheel van de wijn in de mond, hoe het samenspel tussen de zuren, alcohol, tannines en eventuele restsuikers tot zijn recht komt. De textuur kan strak, filmend, harmonieus, rond etc. zijn. |
| |
|
| Tranen |
| |
| Door het walsen van het glas, ontstaan er druppels aan de binnenkant van het glas. Afhankelijk van het glycerol- en/of suikergehalte zijn deze tranen dun of dik en lopen ze snel of langzaam naar beneden. |
| |
|
| Transvasier méthode |
| |
| Variant op méthode charmat. |
| |
|
| Triage |
| |
| Het sorteren van de druiven, de beste worden eruit gehaald voor de beste cuvées. Dit gebeurt enkel bij de rode druiven. |
| |
|
|
|